Wet markt en overheid: wat zijn de 4 gedragsregels?

De wet markt en overheid verplicht overheidsorganisaties zich aan vier gedragsregels te houden als ze economische activiteiten uitvoeren die ook door private bedrijven worden aangeboden. De wet is een wijziging van de Mededingingswet en geldt voor de hele overheid: gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk.

Het doel van de wet is eerlijke concurrentie. Zonder regels kunnen overheidsorganisaties private bedrijven weggconcurreren doordat ze geen winst hoeven te maken, gesubsidieerd worden of gebruik kunnen maken van overheidsmiddelen. De wet markt en overheid corrigeert dat.

De 4 gedragsregels uit de wet markt en overheid

De wet bevat precies vier gedragsregels. Deze regels gelden voor alle bestuursorganen in Nederland.

  • Doorberekening van integrale kosten: Een overheidsorganisatie moet bij het leveren van goederen of diensten aan de markt minimaal de integrale kosten doorberekenen in de prijs. Dit betekent: alle kosten die samenhangen met de activiteit, inclusief overhead, gebruik van overheidspanden en kapitaalkosten. Zo kan een gemeente haar sportzaal niet voor een symbolisch bedrag aan een commerciële partij verhuren als dat ten koste gaat van private sportaanbieders.
  • Geen bevoordeling van de eigen onderneming: Een overheidsorganisatie mag haar eigen commerciële activiteiten niet begunstigen ten opzichte van private concurrenten. Ze mag bijvoorbeeld geen gebruik maken van informatie die ze in haar publieke taak heeft verzameld om daarmee een commercieel voordeel te behalen.
  • Scheiding van publieke en private activiteiten: De overheid moet haar publieke taken en commerciële activiteiten gescheiden houden. Dit geldt zowel organisatorisch als financieel. Het voorkomt dat publiek geld of publieke middelen worden ingezet voor commerciële activiteiten.
  • Geen gebruik van exclusieve of bijzondere rechten buiten het aangewezen domein: Als een overheidsorganisatie exclusieve of bijzondere rechten heeft voor haar publieke taak, mag ze die rechten niet inzetten voor andere, commerciële activiteiten buiten dat domein.

Voor wie geldt de wet?

De wet markt en overheid geldt voor alle bestuursorganen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dat zijn onder andere gemeenten, provincies, waterschappen, ministeries en zelfstandige bestuursorganen (zbo’s). De regels gelden zodra zo’n organisatie economische activiteiten verricht die ook door private ondernemingen worden of kunnen worden aangeboden.

Zuiver publieke taken vallen buiten de wet. Denk aan vergunningverlening of handhaving. Het gaat specifiek om situaties waarin de overheid als marktpartij optreedt, zoals het verhuren van ruimtes, het aanbieden van cursussen of het verlenen van adviesdiensten tegen betaling.

Wanneer geldt een uitzondering?

De wet biedt de mogelijkheid om activiteiten uit te zonderen van de gedragsregels. Een gemeente of provincie kan bij besluit bepalen dat een specifieke economische activiteit in het algemeen belang is. In dat geval zijn de gedragsregels op die activiteit niet van toepassing. Zo’n besluit moet wel openbaar zijn en duidelijk motiveren waarom het algemeen belang de uitzondering rechtvaardigt.

Dit is een bewuste keuze van de wetgever: de wet wil eerlijke concurrentie bevorderen, maar erkent dat sommige activiteiten nu eenmaal door de overheid worden uitgevoerd omdat de markt ze niet of onvoldoende oppakt.

Toezicht en handhaving

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de wet markt en overheid. De ACM kan onderzoek instellen als een private onderneming een klacht indient over oneerlijke concurrentie door een overheidsorganisatie. Bij overtreding kan de ACM een overheidsorganisatie opdragen het gedrag te stoppen of aan te passen. De ACM heeft geen bevoegdheid om boetes op te leggen specifiek op grond van dit onderdeel van de Mededingingswet, maar kan wel bindende gedragsaanwijzingen geven.

Private bedrijven die menen dat een overheidsorganisatie de regels overtreedt, kunnen een klacht indienen bij de ACM. De ACM beoordeelt dan of er inderdaad sprake is van een overtreding van een van de vier gedragsregels.

Veelgestelde vragen over de wet markt en overheid

Geldt de wet ook voor gemeentelijke sportcentra?
Ja, als een gemeente een sportcentrum exploiteert in concurrentie met private sportscholen, valt dat onder de wet. De gemeente moet dan minimaal de integrale kosten doorberekenen in het tarief dat bezoekers betalen.

Wat zijn integrale kosten precies?
Integrale kosten zijn alle kosten die direct en indirect samenhangen met de activiteit. Dat zijn personeelskosten, huisvestingskosten, afschrijvingen op apparatuur, overheadkosten en een redelijke vergoeding voor het gebruikte kapitaal.

Mag een overheidsorganisatie verlies draaien op een commerciële activiteit?
In principe niet, tenzij er een geldige uitzondering op grond van algemeen belang is vastgesteld. Structureel verlies draaien terwijl private concurrenten dat niet kunnen, is precies wat de wet wil voorkomen.

Wat is het verschil met staatssteunregels?
De wet markt en overheid is nationaal recht en richt zich op gedrag van de overheid als marktpartij in Nederland. Staatssteunregels zijn Europees recht en gaan over financiële voordelen die overheden geven aan specifieke ondernemingen. Beide kunnen tegelijk van toepassing zijn.

De wet markt en overheid zorgt er in de praktijk voor dat private ondernemers op gelijke voet kunnen concurreren met overheidsorganisaties. Twijfel je of een overheidsactiviteit in jouw markt aan de regels voldoet, dan is de ACM de aangewezen instantie om een melding of klacht in te dienen.